Geen ram? Eén ram? Of twee rammen?
Ik wil mijn kudde in 2004 of 2005 gaan uitbreiden
Dat moet geen bezwaar zijn.
Ik heb uiteindelijk zeven ooien, nietwaar?
En ik heb van mijn vader geleerd en ook uit eigen ervaring dat het simpel een
kwestie is van een mannetje er bij zetten, en de rest gaat vrijwel vanzelf.
Zo zal het bij Wiltshirehorns ook wel gaan.
Eind 2004 zal een 2e ram worden aangeschaft.
Sommigen willen een “leenram” regelen.
Zo eenvoudig gaat dat niet. Bovendien is het gebruikelijk in kringen van Wiltshirehornfokkers, om minstens één eigen ram aan te houden.
Dus toch maar gaan kopen!
Ik adviseer hierover contact op te nemen met de secretaresse van de HWHC (Holland WiltshirehornClub (Silvia Bouwman). Op dit moment is een ram moeilijk te organiseren, omdat er veel onduidelijkheden zijn rond de tests op scrapiegevoeligheid. En het is héél essentieel een zg. ARR/ARR gentype te kopen, die bovendien qua bloedlijn niet te nauw verwant is met mijn ooien.
De aankoop van Bartje in 2002Ik krijg eind oktober 2002 bericht, dat een fokker in het centrum van het land een paar rammen te koop heeft die goed geschikt zijn. Ik stuur hem een mail en we worden het al snel eens. De ram is niet goedkoop, zeker gezien mijn lege portemonnee. Maar we komen er wel uit. Half november rij ik met mijn kleinveetrailer naar Utrecht. Onderweg nog even bij mijn ouders in Harderwijk langs.
Bij de fokker aangekomen is het eerste dat we doen, naar de rammen gaan. Hij heeft 4 mooie exemplaren klaar staan. Degene die volgens Silvia het beste bij mijn kudde past is Bartje. Passend betekent: qua bloedlijn. Bovendien heeft hij mooi naar buiten groeiende horens. En dan: Bartje! De naam kan niet passender zijn voor een fokker op Laaghalerveen, waar het boek van Anne de Vries gesitueerd is. Eigenlijk ligt mijn keuze daarom al vast. Maar ja, ik wil me niet te veel door een naam laten leiden. Blij dat Silvia in dezelfde lijn heeft geadviseerd.
Na de al dan niet nodige papieren rompslomp en wat gezellige gesprekken met de fokker en zijn echtgenote, keer ik huiswaarts met mijn nieuwe aanwinst.
Op Laaghalerveen heeft Bartje een dag apart gelopen, maar daarna heb ik hem bij de kudde laten lopen. Het is inmiddels al half november en ik wil toch graag wat lammeren volgend jaar hebben.
Het resultaat is niet slecht. Een drieling (waarvan uiteindelijk helaas slechts 1 overbleef), een tweeling en twee eenlingen.
En misschien volgen er nog een paar.
Dat betekent aan het eind van het jaar een verdubbeling van de kudde. De lammeren gaan dan wel weg, hopelijk voor de fok, maar daar wil ik toch 5 “verse” ooien voor terug hebben.
Zoals gezegd: natuurlijk speelt wél een rol, dat er geen inteelt mag ontstaan. Dat betekent, dat jaarlijks alle aanwas moet worden verkocht. Eventuele groei van de kudde mag dan alleen door aanschaf van nieuwe dieren en niet vanuit eigen aanwas plaats vinden.
Daarnaast moet ik niet alleen rekening houden met mijn eigen kudde, maar ook met de andere Wiltshirehorns in Nederland. Door de MKZ crises zijn er nogal wat exemplaren “geruimd” waardoor de nodige bloedspreiding onder druk is komen te staan. Een vuistregel is op dit moment om niet meer dan 5 ooien door 1 ram te laten dekken. Dat betekent dus de aanschaf dit najaar van zowel 4 of 5 ooien als een nieuwe ram.
En zo groeien we van nul, naar één ram en van één naar twee rammen.
En in 2004?