Aldo, de niet erkende zoon van Emily

Ram (h)erkend



Donderdag 15 mei 2003

Soms is het simpel en gebeurt het gewoon:

Om 7:00 loop ik nog even naar achteren waar ik het land kan overzien.

Alles is nat van de ochtenddauw.

Zwaluwen scheren laag over het veld.

Een laag ijl zonnetje begint al warmte te geven.

En ik hoor een ijl gemekker: één van de ooien, Emily, heeft een lam!

Het blijkt een rammetje te zijn.

Hij bibbert van de kou (tja van 29 naar pakweg 9 graden scheelt wel erg veel).

Zijn moeder staat hem droog en schoon te likken.

We noemen hem Aldo.

 

Vrijdagavond, of eigenlijk vrijdagnacht.

We zitten nog tv te kijken.

Ik hoor een schaap mekkeren in de appelhof.

Iets alarmeert mij.

Het klinkt harder, doordringender dan gebruikelijk.

Ik trek mijn sportschoenen aan, pak snel een kleine zaklantaarn en ga naar buiten.

Emily staat luid blatend aan de rand van de appelhof bij de sloot.

Ik open het landhek en loop voorzichtig in het aardedonker de boomgaard in.

Bij de sloot zie ik iets wits.

In het licht van mijn (zwakke) lantaarn zie ik het lammetje, Aldo staan.

De sloot is niet breed, maar te blubberig om met mijn sportschoenen Aldo er uit te kunnen halen.

Ik vlieg de boomgaard uit en ren naar de boerderij.

De keuken door en naar de deel.

Snel doe ik mijn schoenen uit en laarzen aan en ren weer snel terug naar de boomgaard.

Bij de sloot terug gekomen kan ik nog niet veel.

Ik sta met de lantaarn onder mijn arm geklemd, maar om zo naar beneden te springen in de sloot wordt ook een modderbad.

Gelukkig zijn Marjo en Ewald op de geluiden afgekomen en als ik ze vertel wat de situatie is, wordt er snel een zware lantaarn bij gehaald.

De situatie rustig bekijkend, lijkt het ons makkelijker als ik omloop naar het erf van Martens. Die paar meter hemelsbreed betekenen toch een eindje lopen. De appelhof uit, de oprit af, een 80 meter langs de weg en vervolgens het erf van Martens op.

Ik ga op de gok door de struiken richting de sloot en kom gelukkig goed uit.

Voorzichtig zak ik af langs de slootkant, terwijl Ewald de slootkant verlicht.

Ik pak Aldo op en sjouw weer terug naar onze boerderij.

 

Wat nu?

Ik sta met een smerig lam, stinkend van de slootblubber, in de boomgaard. Moe mekkert en zoon mekkert terug.

We besluiten het stel naar de stal te brengen.

Aldo is daar natuurlijk makkelijk binnen te krijgen, maar voor Emily betekent het paniek. Zij is haar zoon kwijt en in het pikkedonker is een schaap knap kippig. We proberen haar te lokken door Aldo op de arm naar haar toe te brengen, maar ze reageert hier nauwelijks op.

Ik breng Aldo naar de stal, doe het licht daar aan en leg hem in een hoekje in het stro.

Met z’n drieën proberen we Emily richting stal te krijgen.

Dat lukt eindelijk, zij het dat zowel Emily als Elly op stal staan.

Toch maar eerst de deur dicht doen.

Met z’n drieën de stal in, slagen we er in om Elly naar buiten te krijgen zonder dat paniek-Truus Emily hem ook naar buiten piept.

De rust keert weer. Jammer dat Emily zich niet bekommert om haar zoon.

Maar dat wordt morgen misschien wel beter.

 

Zaterdag 17 mei

Emily doet nog steeds erg onaardig tegen Aldo.

Hij heeft honger en wil natuurlijk bij haar drinken.

Maar bij elke poging daartoe duwt ze met haar kop hem weg.

We hebben een flessenlam, Astrid.  Ik maak een fles voor haar klaar, maar doe er 100 cc  extra in.

Die hou ik mooi over en probeer Aldo hiervan te laten drinken.

Dat gaat wonderbaarlijk makkelijk.

Zo, dat hebben we voor eventjes weer gered.

Maar ja, dat is natuurlijk geen goede blijvende oplossing.

 

’s Middags loop ik even bij Jan S langs. Hij heeft al jaren schapen en kan mij vast advies geven.

Hij geeft aan, dat Aldo waarschijnlijk verstoten wordt door de stank van de slootblubber. Vaak gaat dat ook niet 1,2,3 over. De beste manier is om de ooi vast te houden en het lam onder de uier te duwen. Maar lukt dat niet, dan is kunstmelk en vooral biest belangrijk. Voor de zekerheid krijg ik een fles bevroren koeienbiest mee.

Ik  ga thuis direct aan de slag. Makkelijk zo’n Wiltshirehorn met horens. Ik bind een nylon touw om haar horens en vervolgens aan een verticale staander van haar stal.  Dat neemt  niet weg, dat ze helemaal geen zin heeft in een door haar niet herkend lam. Ze loopt telkens weg, voor zover mogelijk en ik kan haar niet goed vasthouden. Ik probeer haar op haar plek te houden met een tweede touw, nu om haar achterpoten. Maar dat wordt helemaal niks. Het touw glijdt er af, en ik wil het ook niet te strak doen om haar geen pijn te bezorgen.

Wat nu gedaan? Ik besluit haar te melken. Die uier zal toch ook van zijn spanning afmoeten en die melk geef ik dan per fles wel aan Aldo.

Ik haal een plastic kom uit de keuken. Het melken  is even wennen. De spenen van haar uier zijn veel kleiner dan van een geit en zeker dan van een koe. Het zijn kleine straaltjes melk die er uit komen, maar het werkt. Emily wordt een stuk rustiger. Ik zit met mijn hoofd tegen haar buik aan en praat rustig  tegen haar. Aldo is nieuwsgierig en ook hongerig. Hij ruikt ook de melk en komt, terwijl ik bezig ben, snuffelen aan de uier. Voorzichtig zet ik de kom opzij en laat Aldo dichterbij komen en richting uier gaan. Hij hapt voorzichtig naar de tepel en hij drinkt. Ik beweeg niet en laat hem rustig door gaan. Na een paar minuten laat ik hem naar de andere tepel gaan. Dat accepteert ze niet. Ze stapt wat heen en weer en wordt pas weer rustiger als ik verder ga met melken. Zodra zich de gelegenheid voordoet pakt Aldo de andere tepel. Ik laat hem even begaan en zet hem vervolgens weer aan de volle uierhelft. Het werkt. Na een paar minuten heeft hij een dikke buik en laat zuchtend los. Voorzichtig zet ik hem opzij, geef de kom een veilig plekje en  maak Astrid los van de staander. Ik laat het touw nog even zitten om haar later makkelijker te kunnen pakken.

Later die dag laat  ik elke anderhalf uur Aldo even bij zijn moeder. Het gaat steeds beter. Emily begint hem te accepteren en snuffelt wat aan hem. Zou ze weer iets herkennen?

De volgende morgen kunnen we tevreden zijn. Bij binnenkomst in de stal rent Aldo naar zijn moeder en begint te drinken. Zij duwt hem met haar kop richting uier,

Voor mij is het duidelijk: ze kunnen naar buiten.

Ik heb de staldeur los gemaakt en ze zoeken de wei en de zon op.

Na een paar dagen was Aldo een sterk ramlam dat vrolijk in de wei rond springt.

 

 

 

 



This is my Google PageRank™ - SmE Rank free service Powered by Scriptme