Het Netwerk
Interview Diana Romaschuk voor Het Netwerk:
MVO
Paul Tienkamp is eigenaar van camping en galerie Thyencamp in Hooghalen:
‘Ik wilde ondernemen combineren met mijn idealen’
Sinds 2004 vormt Paul Tienkamp samen met zijn vrouw Marjo de drijvende kracht achter natuurkampeerterrein Thyencamp in het Drentse Hooghalen. De kampeerplek biedt gasten de mogelijkheid om tijdens hun vakantie van de natuur te genieten en tegelijkertijd ook goed voor haar te zijn. Zo geeft Tienkamp gehoor aan zijn langgekoesterde behoefte om carrière en idealen in balans te brengen.
Bij het betreden van het campingterrein zijn het in eerste instantie de loslopende hanen die je met hun ‘gekukeleku’ begroeten. Vanachter een weelderige bos grijs haar en baard verschijnt vervolgens ook Tienkamp. Hij draagt het weer zoals hij wil. “De eerste jaren hield ik het kort om de gebruikelijke vooroordelen en een geitenwollensokken imago te vermijden. Inmiddels heb ik denk ik wel kunnen laten zien dat je best met de natuur bezig kunt zijn en toch ook met beide benen op de grond kunt staan.”

Dat de eigenaar het milieu serieus neemt, is één ding dat zeker is. Tot in de kleinste details is de camping voorzien van hulpmiddelen om er klimaatneutraal te kunnen vertoeven. Zo is het dak van zijn aangelegen woonboerderij voorzien van zonnecollectoren. In de daarin eveneens gevestigde galerie wordt alleen duurzame, reproduceerbare kunst verhandeld. De recreatiezaal wordt belicht met led-lampen, net als het kampeerterrein. Qua stroom levert hij zijn gasten niet meer dan zes ampère. “Anders gaan mensen straalkachels en aircoapparaten gebruiken.” En bij de receptie verkoopt hij enkel ecologisch fruit en bier. Slechts in de douche en op het toilet bekent hij een kleine concessie te hebben gedaan: wegwerphanddoeken. “Maar dan wel de meest milieuvriendelijke soort. Net als het toiletpapier overigens.”
Het is niet alleen ideologie dat schuilgaat achter de milieumaatregelen. In veel gevallen zijn ze economisch gezien simpelweg voordeliger. “De zonne-collectoren produceren veel warm water, vooral in de zomer wanneer je dat op een camping het meest nodig hebt.” Voor 35 euro per stuk kocht Tienkamp oude containers waarin nu 4 kuub regenwater wordt opgevangen. Genoeg om het hele vakantieseizoen de wc’s mee door te spoelen. “Daarvoor heb je alleen maar ruimte nodig, en dat heb je op een boerderij. Wij hebben maar 30 standplaatsen voor kampeerders. Dan nog is onze energierekening best hoog. Ik verbaas me er dan ook over dat er niet veel meer campings zijn die een dergelijk systeem gebruiken. ‘Kunnen jullie wel rekenen?’, vraag ik me wel eens af. Die koude led-lampen ook, voor 7,50 euro gaan ze een leven lang mee.”
Liefde voor de natuur heeft hij altijd gehad. Ook zijn gasten wil hij optimaal van het groen laten genieten. Wederom wordt daarbij comfort en praktisch gemak verenigd. “Op veel kampeerterreinen staan de tenten en caravans echt hutje-mutje. Hier krijgt iedereen de ruimte.” Tussen de kampeerplekken legde hij kleine paadjes en stukjes bos aan. “Zo is er hier en daar wat schaduw en wordt het voor de kinderen een spannende omgeving om te verkennen.” Naast de hanen, zijn er voor hen ook lam Fons en de Wiltshire Horn schapen om zich mee te vermaken. “Deze schapen zijn zelfruiend dus ze hebben weinig onderhoud nodig. Omdat ze kortwollig zijn krijgen ze ook veel typische ziektes niet, zoals bijvoorbeeld maden. En ze kunnen niet verwentelen. Als ze jeuk hebben gaan ze zelf op hun rug liggen.”
Maar voor sommige gasten blijkt de nabijheid van de natuur nog wel even wennen. “Er zitten oorwormen in onze blokhut. Ik heb mijn dochter geprobeerd uit te leggen dat ze niks doen maar ze is middenin de nacht bij me in bed gekropen”, komt een niet helemaal uitgeslapen moeder tijdens het interview melden. Er luchtig een grapje van maken, lijkt de eigenaar de beste remedie. “Hier in de bosjes, daar zitten pas veel insecten!”, roept hij naar het tienermeisje dat nog bij de vakantiewoning staat. De camping trekt over het algemeen ook een ander type kampeerder aan dan de niet klimaatneutrale campings. “Daar gaan mensen misschien eerder heen voor de leuke bingo, onze gasten zijn van zichzelf vrij actief. Vaak zijn het trekkers of fietsers die toevallig en onaangekondigd voorbij komen.” Zelf luieren en het kroost laten vermaken door het personeel, daarvoor zijn mensen hier niet aan het goede adres. “Wij organiseren niks voor de kinderen. Maar we krijgen opvallend veel vrije school leerlingen op bezoek. Die kunnen zichzelf meestal prima bezig houden met bijvoorbeeld het maken van bessensap of het voeren van de beesten.”
Uit zijn manier van spreken blijkt dat duurzame bedrijfsvoering voor Tienkamp inmiddels een vanzelfsprekendheid is geworden. Daar ging wel eerst een lang intern conflict aan vooraf. Van oorsprong is hij administrateur. Die richting zag zijn vader, die dat zelf ook is, hem graag op gaan. “Ik was braaf dus ik deed dat. Ook omdat het wel goed verdiende.” Toch klopte het plaatje niet. “Ik was een ronduit slechte boekhouder, niet eens accuraat.” Omdat hij vroeger op school gepest werd, had hij een zwak voor “mensen in het verdomhoekje” ontwikkeld. Het moment dat hij zich realiseerde dat hij daar ook zijn werk van kon maken, staat hem nog helder voor de geest. “Ik zie mezelf nog zitten in een kroeg met mijn broer en zijn vriendin. Daar hing een pamflet waarop stond dat ze mensen zochten om te helpen als opvangadres voor daklozen. ‘Zoiets zou ik eigenlijk best kunnen doen’, dacht ik toen.”
Hij vervolgde zijn loopbaan dan ook in de zachte sector. Bij Oxfam Novib leerde hij Marjo kennen. Daarna zette hij zich nog twintig jaar lang in voor de gezondheidszorg. Tienkamp moest hard werken in die branche met zelfs een burn-out tot gevolg. In 2000 besloot hij het daarom rustiger aan te gaan doen. “In het reguliere bedrijfsleven kun je best veel geld verdienen met relatief weinig inspanning. Dat leek me ook wel eens prettig.” Bij Univé kon hij als projectmanager aan de slag. Maar amper drie jaar verder raakte hij de baan door een reorganisatie alweer kwijt. “Het solliciteren wilde daarna maar niet lukken, Ik werd niet eens uitgenodigd op gesprek, heel frustrerend.” Ook het gevoel dat hij ‘iets goeds’ moest doen speelde weer op. “Ik had het idee dat ik anders mentaal in een negatieve spiraal terecht zou komen.” Bij een collega zag hij voor het eerst een kleine camping. “Dat wilde ik ook: het ondernemen maar dan gecombineerd met mijn idealen.”
Er werd voet bij stuk gehouden. Toen de kinderen in 2004 allemaal het huis uit gingen, ontstond ruimte op het terrein. Ook het paard van zijn dochter ging weg en de schaapskudde werd verkleind. En Tienkamp geniet nu iedere dag van wat hij eigenhandig heeft opgezet. Bovendien gaan de zaken goed. “Door de economische crisis hebben campings over het algemeen last van een terugloop in de reserveringen. Wij hebben dit jaar juist 40 procent meer overnachtingen gehad. Waarschijnlijk mede omdat onze prijzen vaak lager zijn dan ergens anders. De wasmachine is bijvoorbeeld gekoppeld aan de zonneboiler. Wassen en drogen kost je hier daardoor 4 euro terwijl het elders vaak rond de 7 euro kost. Het zijn misschien kleine verschillen maar ze zijn voor de klanten wel tastbaar.” Daarnaast oogstte hij wat hij noemt een ‘kwalitatieve groei’: “We krijgen steeds meer bewuste kiezers.”
| < Précédent | Suivant > |
|---|









