Vossen en schapen
Gedegen onderzoek naar de invloed van vossen op schapen in Waterland
Download het hele rapport Schapen en vossen in Waterland.pdf
Samenvatting en conclusies
In Waterland (ten noordoosten van Amsterdam) ondervinden schapenhouders last van
vossen. Schapen en lammeren worden, soms nog levend, aangevreten, en (sommige)
boeren zijn van mening dat vossen daadwerkelijk schapen grijpen en doodmaken. Om dit
verschijnsel zowel kwalitatief als kwantitatief op zijn waarde te kunnen schatten, werden
van mei 2004 tot september 2005 zoveel mogelijk meldingen over vossenschade
nagetrokken door nog dezelfde dag een inspectie uit te voeren. Ook werden de betreffende
boeren geïnterviewd, o.a. over eerdere incidenten, werd de literatuur over schapen en
vossen uitgeplozen en werden krantenberichten verzameld.
In totaal konden 16 meldingen nader onderzocht worden, waarvan 8 door persoonlijke
inspectie van de situatie en 8 door een telefonisch interview. Bij deze 16 meldingen waren er 3 waar geen vos aan te pas was gekomen (tweemaal kraai en eenmaal hond); 5 waar een vos (of vermoedelijk een vos) een reeds dood schaap had aangevreten; 5 waarbij een vos (of idem) een nog levend schaap had aangevreten; en 3 gevallen waar niet was vast te stellen of het schaap al dood was of nog leefde. Van deze laatste 8 levend, of misschien
levend, door een vos aangevreten schapen waren er 7 in hulpeloze toestand geraakt (verwenteld) en 1 ziek.
In een derde tot maximaal de helft van de gemelde gevallen zou het aanvreten door de vos de oorzaak van de dood van het schaap geweest kunnen zijn, maar een deel van deze aangevreten schapen zou ook uit zichzelf zijn dood gegaan, alleen al door het verwentelen.
Op tien bedrijven waar zich incidenten met vossen voordeden, meldden de boeren (over een periode van vier jaar) vossenschade bij gemiddeld 0.36 % van de schapen. Dit is zeker een overschatting, want in de steekproef zitten alleen bedrijven met schade, en niet bij alle incidenten zijn werkelijk vossen betrokken. Over dezelfde periode ging jaarlijks gemiddeld ruim 5 % van de schapen verloren door verdrinking en ongeveer 1 % door verwenteling.
Door het binnen aflammeren en meestal pas na twee weken buiten zetten van lammeren is er overigens nauwelijks predatie van vossen op lammeren in Waterland.
Veel boeren hebben een onrealistisch beeld van het gedrag van de vos. Men meent dat vossen schapen kunnen opjagen en grijpen. De waarnemingen en ervaringen in het buitenland en tijdens een experiment met vossen en schapen in Noord-Kennemerland wijzen uit dat vossen op hun hoede zijn voor schapen, en hooguit lammetjes in de eerste tien levensdagen kunnen pakken. Vossen eten nageboortes, de melkachtige keutels van lammeren en dode (of hulpeloze) schapen en lammeren.
Het probleem met vossen ontstaat duidelijk door het verwentelen van de schapen of op andere wijze in hulpeloze toestand raken van schapen (in de sloot bijvoorbeeld). Het verwentelen lijkt een typisch Nederlands probleem, dat zich vooral voordoet met het brede vleesras Texelaar. In de buitenlandse literatuur wordt nergens gerept van volwassen schapen die levend door vossen worden aangevreten.
Op basis van het gedrag van schapen en vossen wordt een flink aantal suggesties gedaan om de problemen te verminderen of te voorkomen (hoofdstuk 6). Afschot van vossen helpt niet of nauwelijks. De beste optie zou zijn een ander schapenras te gaan houden, zonder wol, dat economisch interessant is, niet verwentelt en (door gebrek aan wol) niet zo gauw verdrinkt. Aan zo’n ras wordt gewerkt. Andere opties zijn het toevoegen van een lama als bewaker aan de schaapskudde, het dichter bij elkaar houden van de kudde, en het verlagen van het verwentel-risico door al rond het aflammeren te scheren, door vaker te controleren en door het grasland zo vlak mogelijk te maken. Het in de sloot raken kan verminderd worden door een schrikdraadje langs de sloten te zetten. Boeren doen dit momenteel nauwelijks, terwijl ze jaarlijks toch 5 % van hun schapen verliezen door verdrinking. Dat geeft aan dat het wellicht niet zo realistisch is om te verwachten dat boeren investeringen doen om het jaarlijkse verlies (als gevolg van vossen) te voorkomen
van maximaal nog geen half % van de schapen. In dat geval zal men er mee moeten leven.
| < Prev | Next > |
|---|









