Laaghalerveld, archeologie
There are no translations available.
Aanwijzing archeologisch reservaat Anloo (31-05-2000);
zal dit ook voor Laaghalerveld gaan gelden?
Spreekpunten van de staatssecretaris van Defensie, Henk van Hoof, ter gelegenheid van de aanwijzing van het eerste archeologische reservaat in Nederland: De Strubben/Kniphorstbos in Anloo, 23 mei 2000
Het leven is geven en nemen. Met genoegen neem ik hier de aanwijzing van dit gebied tot rijksmonument in ontvangst. Vanmorgen was ik in Assen in de gelegenheid te geven. Met een officiële bijeenkomst heeft Defensie aan de gemeenten Assen en Midden-Drenthe een aantal wegen die het verkeer om het nieuwe oefenterrein De Haar heen moeten leiden overgedragen. Als het terrein over een paar jaar gereed is, zullen twee andere grote terreinen worden afgestoten, te weten het Ballooërveld en het terrein waar we nu zijn : Anloo.
De twee terreinen die worden afgestoten kennen een multifunctioneel gebruik. Naast militaire terreinen zijn het ook natuur- en recreatiegebieden. Deze functiecombinaties gaan uitstekend samen, mede omdat Defensie zeer zorgvuldig omgaat met haar terreinen. Natuurwaarden worden beschermd en waar mogelijk verder ontwikkeld. Recreatie is toegestaan en wordt op verschillende plaatsen bevorderd door de aanleg van wandel-, fiets-, en ruiterpaden. Nu komt daar het archeologisch medegebruik bij. De archeologische waarden zijn er natuurlijk al eeuwen. Er is ook al een archeologische themaroute over dit terrein, die mijn voorganger nog heeft ingewijd. Die leidt langs de zaken die collega Van der Ploeg al noemde: grafheuvels, hunebedden, bundels oude karrensporen en niet te vergeten de Galgenberg, waar vele eeuwen geleden veroordeelden aan hun einde werden gebracht. Om deze uitingen van de geschiedenis in het landschap en in de bodem in onderlinge samenhang te behouden is nu hier het eerste archeologische reservaat van Nederland opgericht.
Een Italiaanse bezoeker die in de 19e eeuw dit terrein bezocht sprak over een naargeestige vlakte: Wanneer je denkt aan het einde van de hei te zijn, begint de hei weer; mager struikgewas volgt op mager struikgewas, eenzaamheid op eenzaamheid. Dat zijn zaken waar de bezoeker uit de 21ste eeuw waarschijnlijk zeer op gesteld is. Rust en ruimte zijn sleutelwoorden in het huidige recreatiebeleid. Dat hier nog zoveel natuur intact is, maar ook dat vele grafheuvels en andere oudheidkundige sporen niet een prooi zijn geworden voor de oprukkende landbouw en bebouwing, heeft alles te maken met de status van militair terrein. Op de Standaard Oefenkaarten die de militairen gebruiken bij de voorbereiding van hun oefeningen zijn de archeologische vindplaatsen aangegeven als een "no go area", zodat militair gebruik van het terrein op geen enkele manier een aantasting van de archeologische waarden betekent. Behalve Defensie en natuur, gaan Defensie en cultuur dus ook goed samen. Defensie werkt nauw samen met de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. De hele procedure hoe om te gaan met archeologische waarden en vondsten is vastgelegd in het Kwaliteitshandboek van de beheerder van het terrein: de Dienst Gebouwen Werken en Terreinen van Defensie. Verder werkt Defensie samen met de Stichting Archeologische Monumentenwacht Nederland. Tenslotte is in het Structuurschema Militaire terreinen vastgelegd dat bij het onderhoud en beheer van militaire terreinen wordt gestreefd naar het behoud van cultuurhistorisch waardevolle objecten. Om de aandacht te vestigen op de relatie tussen Defensie en archeologie is een poster uitgebracht. De bedoeling is dat militairen tijdens hun oefeningen of burgers tijdens een wandel- of fietstocht over defensieterreinen, na het zien en lezen van deze poster zich meer bewust worden van het feit dat zij om zich heen de restanten kunnen zien van duizenden jaren bewonings-geschiedenis. Er is zo'n grote archeologische rijkdom op defensieterreinen dat Anloo niet eens op de poster staat. Op de poster is een krijger getekend. De pijl en boog en de dolk die hij bij zich draagt, zijn gevonden op de plaats waar de pijlpunt naar wijst. Nu staan daar twee moderne krijgers met een Stinger, een raket voor de luchtverdediging. Dit illustreert het motto op de poster: Defensie richt zich op de toekomst, maar respecteert het verleden.
Ik wil de eerste poster overhandigen aan collega Van der Ploeg. Dit archeologisch reservaat past precies in zijn nota Belvedère. Het reservaat bevordert de door hem gewenste context, het erkent en herkent de cultuurhistorische identiteit en de kennis over de archeologische waarden wordt verspreid en toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Ik hoop dat dit reservaat vele bezoekers zal trekken; en dat zij er net zo zorgvuldig mee om zullen gaan als wij hebben gedaan.
| < Prev | Next > |
|---|









