Noord-Nederland gaat voor bio-based economy
Er is in onze maatschappij een grote vraag naar meer duurzaamheid. Grondstoffen en energie moeten beter worden gebruikt. Er moet minder afval overblijven. De maatschappij verwacht groen, eist dat zelfs. Dat betekent bijvoorbeeld betere en vooral zuiverder voedingsmiddelen. Alle producten moeten beter en vooral groener worden, met minder uitstoot van kooldioxide. Denk aan huizen en auto’s. Dat is allemaal mogelijk als wij materialen niet gaan meer maken uit aardolie maar uit plantaardige grondstoffen (biomassa). Zo’n economie heet een biobased economy. Die biobased economy kan ook nog eens de motor worden van een nieuwe economie. Noord-Nederland kan daarvan een centrum worden, op basis van onze sterke landbouw en chemische industrie. Noord-Nederland heeft een krachtige universiteit, goede hogescholen, een grote haven. En wij zijn sterk in energie.
Continuïteit landbouwsector
De biobased economy betekent aan één kant een grote verandering: akkerbouw en veeteelt zullen veel meer grondstoffen gaan leveren aan de industrie. Aan de andere kant gaan wij op de ingeslagen weg voort: de landbouw wordt versterkt. De landbouw blijft daardoor een belangrijke sector binnen de Noord-Nederlandse economie. En er komen agro-industrieën op grote én kleine schaal. Die industrie gaat bijvoorbeeld chemische producten uit suikerbieten maken. De eerste bewerkingen vinden al plaats bij de boerderij. Ook met gras valt veel te doen. Het kan in een aantal delen worden gesplitst (raffinage). Dat gebeurt met mobiele installaties die lijken op de huidige landbouwmachines. Daaruit ontstaan eiwitten (voor veevoer of de industrie) en vezels (voor papier of karton). Maar er zullen ook grote industrieterreinen blijven bestaan, bijvoorbeeld bij de havens.
Biomassa transport over water
In de havens zal veel biomassa (bijvoorbeeld houtsnippers) worden ingevoerd. De biobased economy leidt tot andere vervoersstromen: over de weg, en vooral per trein en over het water. Dit biedt kansen voor de sterke logistieke sector in het Noorden, onze binnenhavens en containerterminals. Naast grote industrieën bij de havens komen er kleine industrieën, verspreid door het land. Deze zullen gebruik maken van de meest moderne technologie. Er zullen milde omzettingen plaats vinden met laag energiegebruik. Er zijn weinig schadelijke effecten voor de omgeving. Ook onze manier van consumeren zal veranderen, met veel meer aandacht voor besparing en hergebruik.
Samenwerking
Voor zo’n ontwikkeling heeft Noord-Nederland een uitstekende uitgangspositie. Maar om kansen te verzilveren is eendracht nodig. Samenwerking tussen vele partijen vormt de sleutel tot succes. Vooral landbouw en chemische industrie moeten veel méér samen gaan doen. Het unieke van de biobased economy is dat deze op vele fronten tegelijk winst boekt. Hij is goed voor economie én duurzaamheid, voor agro én chemie. De biobased economy versterkt het platteland en vormt ook een stevige basis voor een nieuwe
industrie. Wanneer alle betrokkenen zich achter deze visie stellen, zien wij de toekomst van Noord-Nederland met vertrouwen tegemoet.
Groen Groningen
De bio-based economy, oftewel de groene economie, is het gebruik van biomassa voor non-foodtoepassingen, zoals transportbrandstoffen, chemicaliën, materialen, elektriciteit en warmte. Door biomassa te verwerken verminderen we de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en worden we minder afhankelijk van fossiele brandstoffen zoals olie, benzine en aardgas. Daarom stimuleert de provincie Groningen de bedrijvigheid in biomassa voor de energie- en chemiesector.
Voor agrariërs vaak onbekend terrein
De biobased economy staat steeds meer in de belangstelling. Bij wetenschap en overheid, maar vooral bij het bedrijfsleven. Vreemd genoeg is de bio-economie voor veel agrarische ondernemers nog onbekend terrein. Zij dreigen de boot te missen, aldus het rapport 'Kansen voor de agrosector in de bio-economie' van Agro & Co.
Verschillende andere sectoren, zoals de chemische en voedselverwerkende industrie, ontplooien namelijk al initiatieven op dit vlak. Hierbij is de agrarische sector als primaire producent onmisbaar. En de vraag naar agrarische producten voor duurzame non-food toepassingen blijft groeien. De omvang van de biobased economy wordt in Europa geschat op 350 tot 450 miljard euro, en is daarmee even groot als de huidige voedingsmiddelensector in Europa.
Niet ten koste van voedsel
In de bio-economie bestaan non-foodproducten uit 'groene' grondstoffen. Deze grondstoffen kunnen door agrarisch ondernemers worden geproduceerd als hoofd- of bijproduct. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld algen en gras, maar ook neven- en reststromen en andere niet direct voor de voedingsindustrie bestemde agrarische materialen zijn van waarde. Met name voor toepassingen in de farmaceutica, maar ook voor fijnchemicaliën, materialen als koolstofvezels, kunstmest, bioplastics en bouwmaterialen bestaan interessante marktkansen voor Nederlandse agrariërs. Door samen te werken met bijvoorbeeld kennisinstellingen, andere sectoren en de overheid, kunnen ook agrarisch ondernemers de biobased economy mee helpen ontwikkelen en profiteren van de winst die dit zal opleveren.
Bronnen ondermeer:
NOM
Provincie Groningen
MVO Nederland
| < Prev |
|---|









